WANDELING 10 – HET OUDE KALFJE

Iedereen die langs de Amstel fietst, jogt of rijdt kent het Kleine Kalfje – een café-restaurant waarvan de cliëntèle de BMW’s en Lancia’s graag langs de bermen van de Kalfjeslaan parkeert. Hier vlakbij ligt een van de spannendste boomgebieden van Zuider-Amstel: een verwilderde siertuin met bomen van zeker negentig jaar oud.

Het Kleine Kalfje staat op de plek waar vroeger een tolhuis stond – precies op de grens van Amstelveen en Amsterdam. Wie de stad in wilde moest betalen – of door het loopveld omlopen, wat vele arme sloebers dan ook deden. Vlak na het tolhuis was het eerste gebouw in Amsterdam een herberg die de naam Het Kalfje droeg en – in verschillende hoedanigheden – vanaf 1670 reizigers ontving en voedde. Voor dagjesmensen in de negentiende eeuw was het een populaire bestemming: met het koetsje de Amsteldijk af, en dan een drankje en een hapje in het Kalfje. Of in de tuin erachter, waar het lover de theedrinkende gasten beschermde. Op Amstelveenweb staat de geschiedenis van de plek uitgebreid beschreven.

En in 1935

Na de Tweede Wereldoorlog was het afgelopen met de uitspanning. Het werd verlaten en lag op nieuwe bestemingen te wachten. Het gebouw verviel, kreeg nog met een brandje te maken in 1953, en in 1967 werden de restanten van dit eeuwenoude pleisterplaats opgeruimd. Inmiddels was al wel de concurrent aan Amstelveense zijde gestart, nu onder de naam Het Kleine Kalfje. Het Kalfje verdween in de geschiedenis.

Maar die geschiedenis laat zich nog steeds wel teruglezen. Als je op de Amsteldijk staat, zo’n vijftig meter vóór de Kalfjeslaan en het terras van het Kleine Kalfje dan zie je in het weiland achter de heg nog enkele richels liggen: dit zijn de fundamenten van het vroegere café-restaurant.

Een ander spoor tref je direct al aan de straatzijde aan: daar staat oude knotlinde staan (1) – in de zomer vol uitbundig lichtgroen blad, in de winter een sprieterig takkenkapsel. Van deze linde, 1,4 m in omvang, is bij metingen vast komen te staan dat hij van rond 1910 moet zijn. Iets verder terug op de Amsteldijk nog twee jonge eikjes en twee enorme kastanjes (2) met een omvang van 2,7 m die ook van rond 1910 moeten stammen.

Achter de heg is het terrein van de voormalige uitspanning. Daar voeren we deze wandeling uit. Met veel dank aan Pieter van Balkum, ecobeheerder van stadsdeel Zuider-Amstel.

(3) We beginnen bij de oude kantplanken die de contouren van Het Kalfje aangeven. De oude fundamenten liggen nu als muurtje in de heemtuin van het Amstelpark. Het weilandje waar we nu in staan glooit lichtjes, er staan in de hoeken enkele zilverberkjes (Betula pendula). Het grasveld wordt een keer per jaar in het begin van de herfst gemaaid en vervolgens wordt dit maaisel afgevoerd. Dat is alles wat er gebeurd.

(4) In het midden van de voormalige wandel- en theetuin van Het Kalfje ligt een verzonken deel, vroeger waarschijnlijk een vijver, nu een plek waar vooral elzen en schietwilgen zich wel voelen. Op den duur ontstaat hier waarschijnlijk een natuurlijk griend: een moerasachtig bos.

(5) Voordat we bij de waterpartij aankomen zien we drie geplante boompjes – allemaal cultuurelzen.

(6) Lang de Kalfjeslaan zien we intussen de grote kastanjes staan, en verder elzen (Alnus x spaethii ‘Spaeth’). Ze komen oorspronkelijk van de Amstelveenseweg.

(7) Aan het eind van de griend/vijver staan weer grote kastanjes – allemaal waarschijnlijk geplant rond 1910, naar hun omvang en hoogte te zien. Zoals te zien is, wordt deze voormalige tuin niet meer verzorgd, hoogstens worden af en toe de overwoekerende takken en struiken weggehaald. De natuur groeit hier over de oude cultuurtuin heen. Veel bramen, katjeswilgen, meidoorn, esdoorn en vlier.

(8) Vlak bij de kastanjes zien we twee oude knotlindes, die veel op de oude knotlinde aan de straatkant lijkt. Waarschijnlijk zijn ze na het afbreken van Het Kalfje hier naar toe verplaatst.

(9) Nog meer oude kastanjes zien we terug, vlak bij de waterkant, als steeds weer omringd door natuurlijke woekeraars als els, wilg en vlier. Wie over het fietspad aan de overzijde van het water naar deze plek kijkt, heeft nauwelijks het vermoeden dat hier zo’n historische schat aan bomen te vinden is. (10) In de noordwesthoek van het terrein treffen we een grote oude eik aan, met een omvang van 2,5 m. Ook deze stamt waarschijnlijk weer van rond 1910, toen deze thee-, sier- en wandeltuin werd aangelegd.

(11) Gebroederlijk staan els, es en eik bij elkaar: de drie e’s van het bomenrijk.

(12) Nu aan de andere kant van de vijver/griend gekomen zien we weer her en der oude kastanjes en eiken.

(13) Grote essen aan de rand van de tuin herbergen reigernesten.

(14) Een kring van kastanjes waar je flink bij kunt mijmeren: wat was deze heksenkring? Was hier een prieel? Stonden hier tafels en stoelen, in deze natuurlijke hut?
(15) Een grote es (Fraxinus Excelsior), met een omtrek van 2,5 meter.

(16) Langs het water ligt een omgevallen vleugelnoot. Vleugelnoten werden in 1910 nog niet in Amsterdam geplant, dus deze moet van later datum zijn. Of het is een van de eerste in de stad.

(17) Een stoel van essen: geplant of natuurlijk gegroeid? Een stoel (bomen die met elkaar vergroeid raken) was in de negentiende eeuw een van de idealen van het romantische landschap. Door jonge bomen in een plantkuil te zetten, werd de natuur soms nageaapt.

(18) Wederom een bomenkring, nu van kastanjes en essen.

(19) Weer op het veldje gekomen zien we de zilverberkjes, ook wel ruwe berken genoemd. We zijn helemaal rond, op dit fraaie verwilderde ex-cultuurlandschap waar de oudste bomen van Zuider-Amstel staan.