WANDELING 7 – SIEGERSPARK SLOTERVAART

Tussen de Sloterweg en de A4 met de Schiphollijn liggen sportparken, volkstuinenparken en een weinig bekend park met een prachtige bomencollectie: het Siegerpark (Sloterweg 773). Het park werd genoemd naar de Amsterdamse notabele, dr. Sieger, de baas van een kininefabriek – een middel tegen malaria.

Het park is aangelegd rond een langwerpige hartvormige vijver met in het midden een schiereiland, dat via twee smalle toegangspaden bereikt kan worden. Aan de achterzijde grenst het parkje aan een brede sloot (met handpontje!), die grenst aan de hoge begroeiing rond de A4 en de Schipholspoorlijn. Hier een beknopte wandeling – in het Amsterdamse bomenboek staat de uitgebreide versie.

1. Bij de sloot langs de toegangsweg staan treurwilgen, knotwilgen, populieren en esdoorns.

2. Vlak achter het gebouwtje staan elzen – aan beide zijden van het pad.

3. Daar tussen in ligt een soort bloemenweide met allerlei soorten kruiden en bloeiende planten.

4. Halverwege zien we aan de linkerkant, aan de rand van de vijver (net over het bruggetje), een bijzondere boom, de osagedoorn, die oorspronkelijk uit de Verenigde Staten komt. De boom heeft een vezelige bast, takken met stekels en vruchten die eruitzien als grote gele golfballen.

5. Aan de rechterkant passeren we een dode berk, waar tegenover (aan de linkerkant) een nieuwe jonge meelbes staat, met daarachter een ouder exemplaar die helemaal scheefgezakt is. Er groeit zelfs maretak in.

6. Aan de overzijde, langs het pad, staat nog een andere bijzondere boom, de ijzerhout of Perzische parrotia, die een enorme omvang heeft bereikt.

7. Achter de ijzerhout vinden we nog een oude beuk, een prunus en een kleine blauwe Himalayaden, die van oorsprong uit Nepal komt.

8. Hier aan het eind van het pad zitten we in het naaldbomenhoekje, met een Japanse ceder (Cryptomeria japonica), een Japanse notenboom, jonge moerascipressen en een grote watercipres.

9. Langs de achterzijde van het park (waar af en toe een ijsvogel te zien is), zien we ook nog een jeneverbes, een fraaie treurberk, linden en nog een ijzerhout.

10. Links afslaand na de vijver volgen we het pad terug en zien onder andere een eik, en een amberboom – een traag groeiende boom met naar kauwgom ruikende bladeren (wrijf ze maar eens tussen de vingers). Bij warm weer ruik je het gom nog sterker, als de boom hars loslaat.

11. Voorbij de fruitboompjes staan een enorme kastanje en een grote Oostenrijkse eik, die in de winter zijn blad nauwelijks verliest. Het is een kruising tussen de zomereik en de steeneik, en het blad is leerachtig. Vlakbij (tussen de amberboom en de kastanje) staan ook drie pas aangeplante eikensoorten, de Quercus dentata, marilandica en de Perzische eik (Q. macranthera).

12. Een gele pavia (een kastanjesoort uit Amerika) staat vlak bij het pad naar het schiereiland. Dit leidt naar een prachtige plek met water rondom, een typisch voorbeeld van de Engelse landschapsstijl, waarin landschappen in gestileerde vorm werden nagebootst. Het water is hier opvallend helder, en dat geeft aan dat er stroming is en een goed ecosysteem.

13. We zien op het eiland onder andere een treures, een grote treurwilg waarin een lijsterbes is gegroeid, een aantal watercipressen en een Japanse walnotenboom.

14. Via de tweede toegang komen we weer op het oude pad, waarlangs we deze prachtige half wilde tuin kunnen verlaten.